| |
Armoede op Curaçao is een reëel
probleem. Het eiland maakt al enige tijd
een periode van grote en steeds verergerende
armoede door. Er is sprake van hoge werkeloosheid,
wat een sociaal-maatschappelijk probleem
met zich meebrengt. Velen leven onder het
bestaansminimum. Dit neerwaartse economische
proces gaat bovendien gepaard met het verergeren
van steeds sociaal-maatschappelijke ontwrichtingen:
armoede, de emigratiestroom naar Nederland,
drugsgebruik, vandalisme en criminaliteit.
Het scholingsniveau is gedaald, de bedrijvigheid
is aangetast en het investeringsklimaat
is verslechterd.
De meest recente statistieken (CBS 2001)
wijzen het volgende uit:
Het aantal inwoners op Curaçao is
125.036. 30 Procent van de bevolking leeft
van een inkomen van minder dan NAf 500 (±
€ 216) per maand en 41% heeft minder
dan NAf 1000 (± € 435) per gezin.
De werkloosheid is gemiddeld 17 procent.
Daarvan is 35% jeugd, 17,5% vrouw en 47,5%
man. Van de werkelozen is 46% gemiddeld
1 jaar werkeloos en 20% meer dan 3 jaar
werkeloos. 6 Procent van de werklozen krijgt
bijstand. Het gemiddelde inkomen van een
bijstandtrekker, alleenstaand met gemiddeld
drie kinderen, is NAf 271,80 (± €
118) per maand. Een echtpaar ontvangt gemiddeld
NAf 487,50 (± € 211) aan bijstand
per maand.
39 Procent van alle gezinnen op Curaçao
zijn eenoudergezinnen met een moeder als
gezinshoofd. 10 Procent van deze moeders
is tussen de 13 en 19 jaar oud. In achterstandswijken
ligt dat percentage rond de 15,6. Kinderen
en jongeren van 0-25 jaar vormen 37 procent
van de totale bevolking. De groep kinderen
van
0-4 jaar bestaat uit bijna 11 procent van
de totale bevolking. Voor 15.000 kinderen
wordt geen alimentatie betaald door de vader.
Ongeveer de helft van de Curaçaose
kinderen wordt opgevoed in een eenoudergezin
met meerdere kinderen. Daarnaast groeit
10 procent op in een huishouden dat bestaat
uit meerdere gezinnen.
De gevolgen van armoede op Curaçao
zijn onder meer gebrek aan voldoende en
gezonde voeding, beperkte woonvoorzieningen,
beperkte mogelijkheden voor kinderopvang,
beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, beperkte
deelname educatieve en recreatieve activiteiten
en dat meer mensen hun toevlucht zoeken
in drugs, prostitutie en criminaliteit.
|